ECLI:NL:CRVB:2014:1224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geldlening bijzondere bijstand wegens ernstig tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor de volledige inrichting van zijn woning. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg had deze bijstand toegekend in de vorm van een geldlening, omdat appellant naar hun oordeel in staat was deze terug te betalen. De rechtbank had het college eerst veroordeeld het besluit te herzien vanwege een gebrek aan motivering en zorgvuldigheid, maar stelde later vast dat appellant door zijn afwachtende houding een ernstig tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de voorziening van het bestaan had getoond.
Appellant voerde aan dat hij wel degelijk verantwoordelijk had gehandeld door geen aanspraak te maken op inkomensvoorzieningen en te leven van familieondersteuning, en dat het college de bewijslast droeg. De Raad oordeelde echter dat het college haar standpunt voldoende had onderbouwd met concrete feiten en omstandigheden, en dat het aan appellant was om dit te weerleggen.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij zich verantwoordelijk had gedragen, mede gelet op het ontbreken van pogingen om een uitkering aan te vragen of werk te zoeken tussen 2008 en 2011. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor woninginrichting is terecht als geldlening verstrekt vanwege het ernstig tekortschietend besef van verantwoordelijkheid van appellant.