ECLI:NL:CRVB:2014:129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering persoonsgebonden budget wegens ontbreken indicatiebesluit
Appellant had een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend gekregen voor begeleiding en vervoer, maar het Zorgkantoor weigerde voorschotten te verstrekken vanwege het ontbreken van een geldig indicatiebesluit per 1 januari 2010. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) gaf pas op 17 maart 2010 een indicatiebesluit met terugwerkende kracht vanaf 17 januari 2010 af, maar herzag dit later voor vervoer.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het weigeren van het pgb ongegrond en oordeelde dat het Zorgkantoor alleen een pgb kan verstrekken indien een geldig indicatiebesluit aanwezig is. De Raad onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat appellant zijn bezwaar over het ontbreken van een tijdige indicatiebesluit moet richten tegen het CIZ en niet in de procedure tegen het Zorgkantoor.
Appellant voerde aan dat het niet aan hem te wijten is dat het indicatiebesluit niet tijdig werd afgegeven, maar de Raad volgt de rechtbank dat dit argument niet kan leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Een nieuw standpunt over het pgb voor vervoer na 31 maart 2010 werd door de Raad buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het pgb wegens ontbreken van een indicatiebesluit bevestigd.