Uitspraak
5 december 2013, 13/5498
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de indiener van een beroepschrift verplicht griffierecht te betalen. Deze verplichting geldt ook voor hoger beroep, zoals bepaald in artikel 8:108 Awb Pro.
Appellante is bij brief van 19 december 2013 en opnieuw bij aangetekende brief van 21 januari 2014 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €118,- en de uiterste betalingstermijnen. Ondanks deze waarschuwingen heeft appellante het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in aanwezigheid van griffier M.M. Spaans, en uitgesproken op 18 april 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.