ECLI:NL:CRVB:2014:1456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 29 januari 2014 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het volledig aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
Het UWV heeft geen verweerschrift ingediend en met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. De Raad oordeelde dat het UWV op grond van artikel 8:75a Awb in verband met de intrekking van het beroep en de volledige tegemoetkoming in bezwaar veroordeeld kan worden tot vergoeding van de proceskosten.
De proceskosten werden begroot op €974 voor rechtsbijstand in beroep en €487 voor rechtsbijstand in hoger beroep, plus reiskosten van €25,80. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van in totaal €1.486,80 aan appellante. Vergoeding van het griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV vorderen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.486,80 aan appellante voor proceskosten.