ECLI:NL:CRVB:2014:1470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Weigering omzetting tijdelijke aanstelling in vaste aanstelling bij gemeente Breda
Appellante was vanaf begin 2008 werkzaam bij de gemeente Breda op basis van een uitzendovereenkomst. Vanaf 1 februari 2010 werd zij tijdelijk in dienst genomen tot 1 februari 2012. Het college van burgemeester en wethouders besloot de tijdelijke aanstelling niet om te zetten in een vaste aanstelling of te verlengen. Dit besluit werd door de rechtbank Breda bevestigd, waarbij werd geoordeeld dat de uitzendperiode niet meetelt voor de toepassing van artikel 2:4 van Pro de CAR/BUWO en dat de Flexwet niet van toepassing is op ambtelijke rechtsverhoudingen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de uitzendperiode wel mee moet tellen, waardoor een vaste aanstelling zou zijn ontstaan. De Centrale Raad van Beroep verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat het te ver voert om de uitzendperiode mee te tellen bij de toepassing van artikel 2:4 CAR Pro/BUWO. De Raad ziet geen reden om hiervan af te wijken en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Er wordt geen aanleiding gezien om appellante te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans en uitgesproken op 1 mei 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering om de tijdelijke aanstelling om te zetten in een vaste aanstelling wordt bevestigd.