ECLI:NL:CRVB:2014:1503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verlenging tijdelijke aanstelling zonder onvoorwaardelijke toezegging vaste aanstelling
Appellant was vanaf 16 juni 2008 via een uitzendorganisatie werkzaam bij de gemeente Breda en werd vanaf 1 juli 2009 tijdelijk aangesteld als adviseur C tot 31 december 2011. Na een verzoek om duidelijkheid over zijn rechtspositie werd hem per brief meegedeeld dat hij geen vaste aanstelling had en dat zijn tijdelijke dienstverband niet verlengd zou worden. Appellant maakte hiertegen bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en vernietigde een deel van het besluit, maar verklaarde andere bezwaren ongegrond. In hoger beroep stelt appellant dat hij door eerdere arbeidsovereenkomsten via de uitzendorganisatie recht zou hebben op een vaste aanstelling en beroept zich op het vertrouwensbeginsel vanwege vermeende toezeggingen.
De Raad volgt de rechtbank en oordeelt dat eerdere arbeidsovereenkomsten niet meetellen voor het ontstaan van een vaste aanstelling. Daarnaast is er geen sprake van een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging van het bevoegd bestuursorgaan. De intenties van leidinggevenden en interne memo's zijn onvoldoende om een toezegging te bewijzen. Ook het argument dat er voldoende financiële middelen waren om de aanstelling te verlengen wordt verworpen, aangezien het college bezuinigingsmaatregelen moest treffen.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de tijdelijke aanstelling niet wordt verlengd en dat geen sprake is van een onvoorwaardelijke toezegging voor een vaste aanstelling.