ECLI:NL:CRVB:2014:1519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij voortgezette bedrijfsactiviteiten
Appellante was ingeschreven als zelfstandige met een eenmanszaak en ontving bijstand op grond van de WWB. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok haar bijstand in omdat zij niet had gemeld dat zij haar bedrijfsactiviteiten voortzette terwijl zij bijstand ontving.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, omdat zij in strijd met de wettelijke inlichtingenverplichting handelde door haar klantmanager niet te informeren over haar werkzaamheden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel adequaat had geïnformeerd en dat het proces-verbaal van de zitting onjuist was.
De Raad oordeelde dat appellante pas op 27 mei 2010 deels informatie gaf over haar activiteiten en dat zij tijdens een gesprek op 5 juli 2010 weigerde gegevens te verstrekken over klanten en derden die haar diensten ondersteunden. Hierdoor was niet aannemelijk dat zij tijdig openheid van zaken gaf. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien om de proceskosten aan appellante toe te rekenen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.