ECLI:NL:CRVB:2014:1650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet tijdig overleggen bankafschriften
Appellant ontving sinds 2002 bijstand en werd in november 2011 uitgenodigd voor een heronderzoek waarbij hij bankafschriften over de afgelopen drie maanden moest overleggen. Hij verscheen niet op het gesprek en leverde de gevraagde gegevens niet tijdig aan. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in op grond van artikel 54, vierde lid, WWB. Appellant maakte geen bezwaar tegen het opschortingsbesluit en voerde in hoger beroep aan dat een eerder onderzoek in augustus 2011 de heronderzoek noodzaak wegnam en dat hij tijdens het gesprek op 22 november 2011 alle gevraagde afschriften had.
De Raad oordeelt dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken omdat appellant verwijtbaar niet alle gevraagde bankafschriften binnen de gestelde termijn heeft overgelegd. Uit een rapportage bleek dat van de bankafschriften over september en oktober 2011 diverse volgnummers ontbraken en dat appellant deze niet heeft aangeleverd. Het eerdere onderzoek doet hieraan niet af.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank Haarlem en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens niet tijdig overleggen van bankafschriften wordt bevestigd.