ECLI:NL:CRVB:2014:1652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van de inrichting van zijn kamer in een begeleid wonen traject. Het college heeft deze aanvraag afgewezen omdat de kosten tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en uit het inkomen betaald moeten worden.
De rechtbank heeft het bezwaar tegen dit besluit ongegrond verklaard en het beroep van appellant verworpen omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet kon reserveren uit de inrichtingsnorm. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij niet in staat was te reserveren, maar heeft geen nieuwe gronden aangevoerd die de eerdere gemotiveerde beoordeling weerleggen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de aangevallen uitspraak terecht is en bevestigt deze. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat van de regel wordt afgeweken dat inrichtingskosten uit het inkomen moeten worden voldaan. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.