ECLI:NL:CRVB:2014:1708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onvoldoende inzicht webwinkelinkomsten
Appellante ontving bijstand sinds 1997 en startte in 2010 een webwinkel zonder dit te melden aan het college. Een thematisch onderzoek leidde tot opschorting en uiteindelijk intrekking van haar bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting. Het college kon daardoor het recht op bijstand niet vaststellen.
Appellante voerde aan dat zij wel inzicht had gegeven in haar inkomsten en kosten, maar haar verklaringen waren inconsistent en niet onderbouwd met voldoende bewijs. De rechtbank oordeelde dat het recht op bijstand niet vastgesteld kon worden, hetgeen de Raad bevestigde.
De Raad overwoog dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken op grond van artikel 54 lid 3 WWB Pro, omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij recht had op bijstand over de periode van 16 februari 2010 tot 13 januari 2012. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting en onvoldoende inzicht in de inkomsten uit de webwinkel.