ECLI:NL:CRVB:2014:1717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds december 2008. Na een anonieme tip startte de gemeente Rotterdam een onderzoek naar mogelijke gezamenlijke huishouding met appellant, haar ex-echtgenoot, ondanks hun scheiding in 1997. Uit diverse bronnen, waaronder verklaringen van buurtbewoners, bankafschriften en observaties, bleek dat appellant zijn hoofdverblijf had op het adres van appellante.
Het college trok de bijstand met ingang van februari 2011 in, herzag de eerder verleende bijstand en vorderde de kosten terug. Tevens werd een maatregel opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, waarna zij in hoger beroep gingen.
De Raad oordeelt dat de onderzoeksbevindingen voldoende zijn om te concluderen dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden, waardoor het college terecht de bijstand introk en terugvorderde. Ook het bezwaar tegen de maatregel wordt verworpen. De Raad bevestigt de eerdere uitspraken en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking, terugvordering en maatregel wegens gezamenlijke huishouding zonder melding worden bevestigd en het hoger beroep afgewezen.