ECLI:NL:CRVB:2014:190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K.J. Kraan
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens impasse en verstoorde arbeidsrelatie met hogere ontslagvergoeding
Betrokkene was sinds 2003 werkzaam als toezichthouder bij de gemeente Uden en kampte met langdurige ziekte en verzuim. Na een incident met een intimiderende sms en een daaropvolgende berisping ontstond een verstoorde arbeidsrelatie met haar leidinggevende P. Diverse pogingen tot herstel en een integriteitsonderzoek door Inquanta leverden geen verbetering op. Het college verleende betrokkene ontslag op grond van artikel 8:8 CAR Pro/UWO wegens een impasse.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag terecht was, maar dat het college een overwegend aandeel had in het ontstaan van de situatie, zonder aanleiding voor een hogere vergoeding dan het outplacementbudget en minimale uitkeringsregeling. Beide partijen gingen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de impasse en het overwegend aandeel van het college (minstens 80%) in het conflict. De Raad vond het onderzoek door Inquanta onvoldoende en veroordeelde het college voor het voortduren van de verstoorde relatie. De Raad vernietigde het deel van het vonnis dat de vergoeding beperkte en kende een hogere ontslagvergoeding toe, berekend op basis van dienstjaren, maandsalaris en een factor 1, bovenop het outplacementbudget.
Uitkomst: Ontslag wordt bevestigd en betrokkene krijgt een hogere ontslagvergoeding toegekend vanwege het overwegend aandeel van het college.