ECLI:NL:CRVB:2014:1920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging en herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 1998 een WAO-uitkering ontvangt, meldde zich in 2008 met toegenomen rugklachten. Het UWV weigerde de verhoging van haar uitkering omdat geen sprake was van toegenomen beperkingen per 6 oktober 2008. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij het rapport van de bezwaarverzekeringsarts als zorgvuldig en goed gemotiveerd werd beschouwd. In hoger beroep werd aanvullende medische informatie overgelegd, maar deze betrof niet de datum in geschil en kon de eerdere beoordeling niet weerleggen.
Daarnaast werd de WAO-uitkering herzien van 25-35% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid per 13 maart 2011. De rechtbank oordeelde dat deze herziening een deugdelijke medische grondslag had, gebaseerd op een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en een deskundigenrapport. Appellante betwistte dit in hoger beroep met nieuwe medische rapporten, maar de Raad volgde de onafhankelijke deskundige Kingma en de bezwaarverzekeringsarts Koek, die het oordeel bevestigden.
De Raad concludeert dat de medische beoordelingen zorgvuldig en overtuigend zijn en dat de geselecteerde functies passend zijn gemotiveerd. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering tot verhoging van de WAO-uitkering en de herziening naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.