Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2014:1945

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 mei 2014
Publicatiedatum
11 juni 2014
Zaaknummer
12-3890 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:57 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit bijzondere bijstand en toewijzing beroep tegen college Amsterdam

In deze zaak stond het beroep van appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam centraal betreffende bijzondere bijstand in verband met huurtoeslag.

Na een tussenuitspraak van de Raad werd het college opgedragen het besluit van 8 februari 2012 te herstellen. Het college nam vervolgens op 4 februari 2014 een nieuw besluit waarin het bezwaar van appellant werd gegrond verklaard en bijzondere bijstand werd toegekend ter hoogte van het bedrag van de huurtoeslag.

Appellant stemde in met dit nieuwe besluit. De Raad besloot het nieuwe besluit niet in de beoordeling te betrekken en vernietigde het eerdere besluit en de aangevallen uitspraak. Tevens werd het beroep gegrond verklaard en werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 8 februari 2012 wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.

Uitspraak

12/3890 WWB
Datum uitspraak: 27 mei 2014
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
6 juli 2012, 12/562 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
PROCESVERLOOP
Bij tussenuitspraak van 10 december 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2771 (tussenuitspraak), heeft de Raad het college opgedragen om het geconstateerde gebrek in het besluit van
8 februari 2012 te herstellen met inachtneming van wat de Raad heeft overwogen.
Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het college op 4 februari 2014 een nieuwe beslissing op bezwaar (nieuwe besluit) genomen.
Namens appellant heeft mr. M.H. Klijnstra, advocaat, bij brief van 10 februari 2014 zijn zienswijze gegeven op het nieuwe besluit.
Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 21, eerste en zesde lid, van de Beroepswet, is afgezien van een nader onderzoek ter zitting, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1.
Voor een uitgebreide weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak en de tussenuitspraak. Hieraan voegt de Raad het volgende toe.
2.
Het college heeft bij het nieuwe besluit het bezwaar tegen het besluit van 8 december 2011 gegrond verklaard, het besluit van 8 december 2011 ingetrokken (lees: herroepen) en aan appellant bijzondere bijstand toegekend tot een bedrag van € 301,-, zijnde het bedrag dat appellant met ingang van 1 april 2011 maandelijks aan huurtoeslag zou ontvangen.
3.
Appellant heeft bij zijn zienswijze kenbaar gemaakt dat hij zich kan verenigen met het nieuwe besluit.
4.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Nu met het nieuwe besluit aan het bezwaar van appellant geheel tegemoet is gekomen, wordt dit besluit, gelet op de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb, niet in de beoordeling in hoger beroep betrokken.
4.2.
Uit de tussenuitspraak volgt dat de aangevallen uitspraak en het besluit van
8 februari 2012 moeten worden vernietigd. Dit betekent tevens dat het beroep gegrond wordt verklaard.
5.
Aanleiding bestaat het college te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 974,- in beroep en op € 974,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 8 februari 2012;
- veroordeelt het college in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.948,-;
- bepaalt dat het college aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht
van in totaal € 157,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2014.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) M.R. Schuurman

HD