ECLI:NL:CRVB:2014:1978
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening besluit Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
Appellant, geboren in 1940 in Nederlands-Indië, diende in mei 2008 een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Dit verzoek werd afgewezen omdat niet was vastgesteld dat appellant door oorlogsgeweld was getroffen. In december 2011 verzocht appellant opnieuw om toekenning, wat eveneens werd afgewezen en gehandhaafd bij het bestreden besluit van 6 december 2012.
Appellant stelde dat er nieuwe feiten waren, onder meer een getuigenverklaring dat hij geïnterneerd zou zijn geweest tijdens de Japanse bezetting. De Raad oordeelde dat deze verklaring onvoldoende overtuigend was, mede omdat het Rode Kruis geen bevestiging vond en familieleden verklaarden niet geïnterneerd te zijn geweest. Ook een namenlijst op internet bood geen steun.
De Raad concludeerde dat het verzoek om herziening terecht werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of gegevens waren die een andere beslissing rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om niet tot herziening over te gaan wordt ongegrond verklaard.