ECLI:NL:CRVB:2014:1981
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek Wuv wegens ontbreken nieuwe feiten en verwijtbare fout
Appellant, geboren in 1939 en woonachtig in de Verenigde Staten, heeft meerdere verzoeken tot herziening ingediend met betrekking tot de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Zijn oorspronkelijke aanvraag uit 2000 werd afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat hij zelf vervolging had ondergaan, hoewel zijn vader dat wel had.
Appellant wees erop dat zijn zusters wel een uitkering ontvingen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), maar dit verschil werd verklaard door de verschillende toepassingsbereiken van de Wuv en Wubo en het feit dat appellant de Amerikaanse nationaliteit heeft aangenomen.
De Raad oordeelde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening van het besluit rechtvaardigen. Tevens werd bevestigd dat herzieningsverzoeken die betrekking hebben op de tweede-generatieproblematiek alleen kunnen worden toegewezen bij een aperte, verweerder te verwijten fout, welke in dit geval niet is vastgesteld.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot afwijzing van zijn Wuv-aanvraag wordt ongegrond verklaard.