ECLI:NL:CRVB:2014:2139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand naast haar WAO-uitkering en meldde in januari 2008 een wijziging van haar WAO-uitkering. In de daaropvolgende maanden gaf zij echter telkens aan dat het bedrag ongewijzigd was, terwijl dit niet het geval was.
Het college trok de bijstand met ingang van 1 januari 2008 in en vorderde ten onrechte ontvangen bijstand terug over de periode van 1 juli 2007 tot en met 31 december 2011. De rechtbank vernietigde dit besluit deels, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigt nu de intrekking en terugvordering vanaf februari 2008.
De Raad oordeelt dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door niet tijdig de wijzigingen van haar WAO-uitkering te melden. De zogenoemde zes-maandenjurisprudentie is niet van toepassing bij onjuiste of onvolledige informatieverstrekking.
Verder zijn de persoonlijke omstandigheden van appellante geen dringende reden om terugvordering te voorkomen. Het college heeft de terugvordering voorlopig buiten invordering gesteld vanwege haar financiële situatie.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de eerdere uitspraak, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.