ECLI:NL:CRVB:2014:2202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na niet-ontvankelijkheid bezwaar intrekking
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd geconfronteerd met een intrekkingsbesluit vanwege het niet verstrekken van bankafschriften. Het college schortte de bijstand op en trok deze uiteindelijk in over een periode van ruim twee jaar. Tevens werd een terugvorderingsbesluit genomen voor de kosten van bijstand.
Appellant maakte bezwaar tegen het intrekkingsbesluit en het terugvorderingsbesluit, maar het bezwaar tegen de intrekking werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen. De rechtbank beperkte de terugvordering tot het bedrag dat appellant van de bijstand had gespaard en gaf het college de gelegenheid dit bedrag te herberekenen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De Raad oordeelt verder dat het college bevoegd was tot terugvordering en ziet geen reden voor verdere matiging van het bedrag van € 12.365,26. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het vermogen uit bijstand is gespaard of dat er dringende redenen zijn om terugvordering te matigen.
De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen van de rechtbank en leidt tot een definitieve terugvordering van het genoemde bedrag.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en de terugvordering van € 12.365,26 wordt bevestigd.