ECLI:NL:CRVB:2014:2255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde bijstand na intrekking WWB-uitkering
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf 6 augustus 2010. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstand per 1 september 2011 in omdat appellante voldoende inkomsten uit arbeid had. Vervolgens vorderde het college de teveel betaalde bijstand over september 2011 terug.
Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering en werd gehoord, waarna het college het bedrag van de terugvordering licht verlaagde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar bezwaar- en beroepschriften tijdig waren ingediend, zij ten onrechte niet was gehoord, en dat de terugvordering onterecht was.
De Raad oordeelde dat appellante terecht ontvankelijk was verklaard en gehoord, en dat het college op grond van artikel 58 WWB Pro bevoegd was de terugvordering te doen. De inhoudelijke gronden van appellante werden verworpen, en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van teveel betaalde bijstand bevestigd.