ECLI:NL:CRVB:2014:2306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Weigering militair invaliditeitspensioen wegens onvoldoende psychiatrische onderbouwing
Betrokkene, een voormalig militair met psychische klachten sinds 1998, vroeg in 2008 een militair invaliditeitspensioen aan. Na diverse medische onderzoeken, waaronder een psychiatrisch rapport van Van Laarhoven, werd de aanvraag afgewezen omdat de mate van invaliditeit minder dan 10% werd vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat Van Laarhoven de psychische gezondheidstoestand niet op de juiste peildatum had beoordeeld. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat Van Laarhoven wel degelijk de situatie op de peildatum 20 november 2008 heeft onderzocht en dat zijn rapport voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en consistent is.
De Raad stelt vast dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor relevante veranderingen in de psychische toestand tussen de peildatum en het onderzoek. Het verschil in conclusies tussen Van Laarhoven en de door betrokkene geraadpleegde psychiater Schwarz wordt toegelicht en niet als reden gezien om het rapport te verwerpen.
Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van het militair invaliditeitspensioen blijft gehandhaafd.