ECLI:NL:CRVB:2014:2330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tweede traplift op grond van normale woningindeling en medische situatie
Appellante, bekend met ME, artrose, fibromyalgie en bekkeninstabiliteit, vroeg om twee trapliften voor haar woning: een van de begane grond naar de eerste verdieping en een van de eerste verdieping naar de zolder. Het college kende de eerste toe maar wees de tweede af, omdat herschikking van de woonruimte mogelijk was, waarbij de slaapkamer van de zolder naar de eerste verdieping kon worden verplaatst.
Appellante maakte bezwaar tegen de afwijzing van de tweede traplift en stelde dat herschikking niet mogelijk was vanwege haar thuispraktijk die op de eerste verdieping was gevestigd. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat de praktijkruimte niet tot het normale gebruik van de woning behoort en dat de traplift naar de eerste verdieping voldoet aan de compensatieplicht van de Wmo.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat verplaatsing van de slaapkamer onmogelijk was, mede omdat zij eerder haar slaapkamer op de eerste verdieping had. Ook vond de rechtbank geen aanwijzingen dat het onderzoek onzorgvuldig was.
In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere gronden, zonder nieuwe feiten of argumenten. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van de tweede traplift. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tweede traplift wordt bevestigd.