ECLI:NL:CRVB:2014:2339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing tegemoetkoming chronisch zieken
Appellant had een aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten ingediend, die door het CAK op 10 april 2012 werd afgewezen. Appellant maakte op 12 januari 2013 bezwaar, ruim na de gestelde bezwaartermijn die eindigde op 22 mei 2012.
Het CAK verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn zonder verschoonbare reden. Appellant gaf aan dat hij door ziekenhuisopnames niet tijdig kon reageren, maar kon geen bewijs overleggen dat dit verblijf hem belette tijdig bezwaar te maken of een zaakwaarnemer in te schakelen. De rechtbank Noord-Nederland oordeelde eveneens dat het bezwaar niet-ontvankelijk was en wees het beroep af.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad onderschreef dat geen verschoonbare termijnoverschrijding was aangetoond en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij tijdig bezwaar had gemaakt. De Raad wees het hoger beroep af en liet de beslissing van de rechtbank in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt bevestigd.