ECLI:NL:CRVB:2014:2462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding verwijtbare schuld op grond van gemeentelijk beleid
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Schiedam om kwijtschelding van een resterende schuld van €14.951,56, waarbij hij aangaf sinds 1998 af te lossen en na detentie met een schone lei te willen beginnen. Het college wees het verzoek af omdat appellant niet voldeed aan het beleid dat kwijtschelding uitsluit zolang beslag is gelegd en pas na 60 maanden vrijwillige betaling opnieuw een verzoek kan worden gedaan.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij na zijn detentie vanwege de Maatregel Inrichting Stelselmatige Daders een nieuwe start wil maken en vreest bij afwijzing opnieuw in problemen te komen. De Raad overwoog dat het college bevoegd is om terugvordering van ten onrechte verleende bijstand te doen en dat het gemeentelijke debiteurenbeleid dit regelt, waarbij kwijtschelding van verwijtbare schulden alleen kan bij volledige of tijdige betaling gedurende vijf jaar zonder beslaglegging.
Aangenomen is dat appellant een verwijtbare schuld heeft en aflost via dwanginvordering, waardoor het beleid van toepassing is. De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die afwijking van het beleid rechtvaardigen en wees het hoger beroep af. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de verwijtbare schuld wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.