ECLI:NL:CRVB:2014:2578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming CIZ
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) nam op 31 maart 2014 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij zij volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om CIZ te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat CIZ geen verweerschrift had ingediend en besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet kon de Raad CIZ op verzoek van appellante veroordelen in de proceskosten.
De Raad begrootte de proceskosten op € 974,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 487,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, totaal € 1.461,-. Voor het betaalde griffierecht werd appellante verwezen naar CIZ. De uitspraak werd op 30 juli 2014 in het openbaar gedaan door rechter W.H. Bel, met griffier J.A. Achterberg.
Uitkomst: CIZ wordt veroordeeld tot betaling van € 1.461,- aan proceskosten aan appellante.