ECLI:NL:CRVB:2014:278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens niet voldoen aan opvoedingseis en gezag bij pleegkind
Appellant verzocht kinderbijslag voor een kind van zijn broer en schoonzus, dat nog in Marokko woonde. Hij overlegde documenten waaruit zou blijken dat hij het kind ten laste nam en dat de ouders het gezag zouden hebben overgedragen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de kinderbijslag omdat het kind niet als pleegkind kon worden aangemerkt, omdat niet voldaan werd aan de opvoedingseis en het gezag niet was overgedragen.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij wel aan de opvoedingseis voldeed, mede door verzorging van zijn echtgenote en moderne communicatiemiddelen. De Svb handhaafde het besluit en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het Marokkaanse vonnis en de bedoeling om het kind naar Nederland te halen onvoldoende waren meegewogen.
De Raad oordeelde dat het kind gedurende de relevante periode bij zijn ouders in Marokko woonde en dat appellant slechts telefonisch contact had. Er was geen nauwe en exclusieve opvoedingsrelatie en appellant had de plaats van de ouders niet ingenomen. Ook bleek uit de stukken niet dat het gezag rechtsgeldig was overgedragen volgens Marokkaans recht. De Svb had daarom terecht besloten dat het kind niet gelijkgesteld kon worden met een pleegkind.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag bevestigd.