ECLI:NL:CRVB:2014:2820
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na nieuwe beslissing minister in ambtenarenzaak
Verzoeker, een ambtenaar die was teruggezet in salarisschaal wegens plichtsverzuim, had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister en was in het gelijk gesteld door de rechtbank. De rechtbank vernietigde het besluit deels omdat de verlaging van de salarisschaal niet mocht plaatsvinden. De minister stelde hoger beroep in. Verzoeker vroeg vervolgens een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank af te dwingen.
De minister nam een nieuw besluit waarin een toelage werd toegekend ter compensatie van het salarisverschil tussen schaal 10 en schaal 12, met terugwerkende kracht en onder voorbehoud van de uitkomst van het hoger beroep. De voorzieningenrechter stelde vast dat hierdoor het spoedeisend belang van verzoeker was komen te vervallen.
Verzoeker voerde aan dat de nabetaling geen rekening hield met wettelijke rente, fiscale naheffing en pensioenvoorziening, en dat het besluit niet voldeed aan de uitspraak van de rechtbank. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in een financiële noodsituatie verkeerde die een voorlopige voorziening rechtvaardigde.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard voor het niet tijdig voldoen aan de uitspraak van de rechtbank en afgewezen voor de overige besluiten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed na het nemen van een nieuw besluit door de minister.