ECLI:NL:CRVB:2014:2834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens nadien ontvangen WW-uitkering zonder dringende reden
Appellant ontving bijstand van januari 2009 tot februari 2011. Het college van burgemeester en wethouders vorderde de bijstand terug over de periode juli tot september 2010, omdat appellant nadien een WW-uitkering over deze periode kreeg toegekend.
Na bezwaar handhaafde het college de terugvordering en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn financiële en medische situatie dringende redenen vormden om van terugvordering af te zien, waaronder hoge medicijnkosten, schulden en beëindiging van een schuldsaneringsregeling.
De Raad oordeelde dat het college terecht vasthield aan terugvordering omdat de financiële problemen van appellant geen onaanvaardbare gevolgen opleveren die als dringende reden kunnen gelden. Appellant kon bovendien bescherming van de beslagvrije voet inroepen en leverde geen medische stukken aan die ernstige gezondheidsklachten door de terugvordering aantonen.
Het hoger beroep faalde en de Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens nadien ontvangen WW-uitkering omdat geen dringende redenen zijn aangetoond om hiervan af te zien.