ECLI:NL:CRVB:2014:2850
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als monteur luchtbehandeling en ventilatietechniek, viel in november 2008 wegens ziekte uit. Na een beoordeling in het kader van de Wet WIA stelde een verzekeringsarts beperkingen vast die werden vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant niet geschikt was voor zijn eigen werk, maar wel voor vijf andere functies, resulterend in minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees daarop de WIA-uitkering af.
Appellant voerde bezwaar aan met aanvullende klachten zoals concentratie- en geheugenproblemen, maar na aanvullend psychologisch en arbeidsdeskundig onderzoek bleef de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 35%. De rechtbank Roermond volgde het oordeel van een door haar ingeschakelde neuroloog die een zorgvuldig onderzoek had verricht en vond geen aanleiding om het UWV-besluit te vernietigen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten en stelde dat de onderzoeksdatum niet duidelijk was, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische grondslag toereikend was en de functies geschikt waren. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.