ECLI:NL:CRVB:2014:3020
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderbijslag wegens ontbreken geldige verblijfsvergunning
Appellante, met de Turkse nationaliteit, diende een aanvraag in voor kinderbijslag voor haar zoon over 2011. De Sociale Verzekeringsbank wees deze af wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning, een besluit dat ook in bezwaar en beroep werd bevestigd.
Appellante beriep zich op internationale verdragsbepalingen en een eerdere uitspraak van de Raad, maar de Hoge Raad oordeelde dat het onderscheid in artikel 6, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) gerechtvaardigd is en proportioneel blijft, ook voor langdurig in Nederland verblijvende vreemdelingen.
De Centrale Raad van Beroep zag geen aanleiding om de procedure aan te houden in afwachting van een mogelijke uitspraak van het VN-Mensenrechtencomité en bevestigde dat het internationale recht geen grond biedt om het koppelingsbeginsel buiten toepassing te laten. Er waren geen schrijnende omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door T.L. de Vries en uitgesproken op 12 september 2014.
Uitkomst: De afwijzing van de kinderbijslagaanvraag wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning wordt bevestigd.