ECLI:NL:CRVB:2014:3246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstand terecht buiten behandeling gesteld wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellante diende op 9 oktober 2012 een aanvraag om bijstand in bij de gemeente Amsterdam. De Dienst Werk en Inkomen (DWI) verzocht haar om aanvullende gegevens te overleggen ter beoordeling van haar aanvraag. Bij brief van 6 november 2012, de herstelbrief, werd appellante nogmaals in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 20 november 2012 de gevraagde gegevens te verstrekken, maar zij reageerde niet.
Het college stelde de aanvraag op 23 november 2012 buiten behandeling op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat appellante niet binnen de gestelde termijn de gegevens had aangeleverd. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit werd op 1 februari 2013 ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel in een uitspraak van 16 april 2013.
In hoger beroep betwistte appellante de tijdige ontvangst van de herstelbrief en stelde dat de brief bij haar buren was bezorgd en haar pas na de termijn ter hand was gesteld. De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat de brief naar het juiste adres was verzonden en dat appellante onvoldoende feiten had gesteld om het vermoeden van tijdige ontvangst te ontzenuwen.
Daarmee was het college bevoegd om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens.