ECLI:NL:CRVB:2014:3255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijn niet verschoonbaar bij terugvordering bijstand ondanks WSNP-bewindvoering
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en waren onder bewind gesteld in het kader van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen vorderde terugbetaling van teveel ontvangen bijstand over de periode van 16 augustus 2006 tot en met 30 november 2008.
Het primaire besluit tot terugvordering werd verzonden aan het adres van Bewindvoering Limburg, de eerste bewindvoerder. Later werd een andere bewindvoerder benoemd. Appellanten maakten bezwaar tegen het besluit, maar dit bezwaar werd niet tijdig ingediend. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, welke niet verschoonbaar was.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het besluit op de juiste wijze was bekendgemaakt aan het opgegeven adres en dat de situatie met twee bewindvoerders niet tot een ander oordeel leidde. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat het niet tijdig indienen van bezwaar en het niet informeren door de bewindvoerders voor eigen risico van appellanten komt.
De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering van bijstand is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.