Uitspraak
.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, woonachtig in Zwitserland, was op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) verplicht een buitenlandbijdrage te betalen voor medische zorg in het buitenland. KVG weigerde echter betrokkene met terugwerkende kracht in te schrijven, waardoor medische kosten niet konden worden gedeclareerd. Betrokkene stelde dat hierdoor de buitenlandbijdrage niet verschuldigd was.
De rechtbank had het bezwaar van betrokkene ongegrond verklaard maar het beroep gegrond verklaard wegens het ontbreken van een hoorzitting en overschrijding van een termijn. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank, maar voegde toe dat de weigering van KVG om betrokkene terugwerkend in te schrijven niet afdoet aan de betalingsverplichting van de buitenlandbijdrage.
De Raad baseerde zich op de toepasselijkheid van Verordening 1408/71 en de OVVP-overeenkomst met Zwitserland. Ook zonder inschrijving met het E121-formulier blijft de verplichting tot betaling van de buitenlandbijdrage bestaan. Het hoger beroep van betrokkene werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene de buitenlandbijdrage over 2006 moet betalen ondanks de weigering van KVG om hem terugwerkend in te schrijven.