ECLI:NL:CRVB:2014:328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buitengewoon verlof, dwangsom en overplaatsing ambtenaar na overlijden moeder
Appellante, werkzaam bij de gemeente Roermond, verzocht om buitengewoon verlof na het overlijden van haar moeder. De bedrijfsarts stelde dat er geen medische beperkingen meer waren, maar wel grote belemmeringen door het rouwproces. Het college kende aanvankelijk onvoldoende verlof toe en weigerde een dwangsom toe te kennen voor het niet tijdig beslissen op bezwaar. Daarnaast werd appellante overgeplaatst vanwege verstoorde arbeidsverhoudingen.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van ziekte en kende een beperkte hoeveelheid verlof toe, stelde een dwangsom vast voor één bezwaar en verklaarde het bezwaar tegen de overplaatsing ongegrond. De Centrale Raad van Beroep verklaarde zich onbevoegd over het Wob-verzoek en stelde vast dat appellante zich niet volgens het verzuimprotocol ziek had gemeld, maar dat vanaf 1 november 2010 sprake was van ziekteverzuim. De Raad kende zelf buitengewoon verlof toe over de periode van 17 november 2010 tot 17 januari 2011.
Verder stelde de Raad vast dat het college onzorgvuldig had gehandeld door niet nader te informeren bij de bedrijfsarts en dat de gevolgen daarvan voor rekening van het college komen. De Raad wees het verzoek om een dwangsom toe voor het niet tijdig beslissen op bezwaar en bevestigde de rechtmatigheid van de overplaatsing wegens verstoorde verhoudingen, waardoor geen immateriële schadevergoeding werd toegekend.
Uitkomst: Appellante krijgt buitengewoon verlof toegekend, aanvullende dwangsom vastgesteld, overplaatsing bevestigd en immateriële schadevergoeding afgewezen.