ECLI:NL:CRVB:2014:3328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding na echtscheiding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college trok deze bijstand in en vorderde het te veel ontvangen bedrag terug omdat zij en haar ex-echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden. De rechtbank oordeelde dat in de periode van 14 juli tot en met 22 augustus 2012 geen sprake was van duurzaam gescheiden leven en dat vanaf 23 augustus 2012 sprake was van een gezamenlijke huishouding vanwege het hoofdverblijf van de ex-echtgenoot bij appellante.
Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat zij wel duurzaam gescheiden leefden. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond geen reden om hiervan af te wijken. De Raad bevestigde dat de intrekking van de bijstand en de terugvordering terecht waren.
De Raad wees tevens op de mogelijkheid voor partijen om binnen zes weken cassatieberoep in te stellen bij de Hoge Raad over de begrippen duurzaam gescheiden leven en gezamenlijke huishouding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante en haar ex-echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden en een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor de intrekking en terugvordering van bijstand terecht was.