ECLI:NL:CRVB:2014:3334
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld en verzocht om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor een voorlopige voorziening. De Centrale Raad van Beroep heeft verzoekster bij brief en aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €122,-, dat binnen respectievelijk veertien dagen en één week na dagtekening van de brieven betaald moest zijn.
Ondanks deze aanmaningen heeft verzoekster het griffierecht niet voldaan binnen de gestelde termijnen. Op grond van artikel 8:82 van Pro de Awb is het griffierecht een vereiste voor de behandeling van het verzoek. Omdat het griffierecht niet is betaald, moet het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard volgens artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep heeft daarop het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 15 oktober 2014 in het openbaar door M. Greebe, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.