ECLI:NL:CRVB:2014:3364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant diende op 6 december 2011 een aanvraag om bijstand in bij het UWV Werkbedrijf, waarbij hij een adres als verblijfsadres opgaf waar hij niet in de gemeentelijke basisadministratie stond ingeschreven en ook niet daadwerkelijk woonde. Het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek wees de aanvraag af omdat appellant onvoldoende duidelijkheid had verschaft over zijn feitelijke woonsituatie, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en deze uitspraak werd in hoger beroep bevestigd door de Centrale Raad van Beroep. Appellant voerde onder meer aan dat hij psychische klachten had en niet in staat was de zitting bij te wonen, en dat hij wel voldoende informatie had verstrekt over zijn verblijfplaats. Deze gronden werden verworpen vanwege het ontbreken van objectieve onderbouwing en onvoldoende bewijs van verblijf op het opgegeven adres.
Daarnaast werd het beroep verworpen dat artikel 16 van Pro de WWB van toepassing zou zijn, omdat de afwijzing niet was gebaseerd op het ontbreken van dringende redenen maar op het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting. De Raad zag geen aanleiding tot heropening van het onderzoek of toewijzing van het beroep en bevestigde de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende duidelijkheid over de feitelijke woonsituatie.