ECLI:NL:CRVB:2014:3427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor werk als projectleider
Appellant, voormalig projectleider in de infrastructuur, meldde zich ziek wegens diverse klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 15 maart 2012 op grond van geschiktheid voor het maatgevende werk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de ingebrachte medische stukken onvoldoende waren om twijfel te zaaien.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, stellende dat zijn psychische en fysieke beperkingen werden onderschat en dat de rechtbank ten onrechte de brief van de internist buiten beschouwing liet. Het UWV verzocht bevestiging van het bestreden besluit. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, waarbij ook de bevindingen van de behandelend artsen waren betrokken. De aanvullende medische stukken boden geen nieuwe inzichten die de geschiktheid voor werk in de weg stonden.
De Raad concludeerde dat het UWV voldoende en overtuigend had gemotiveerd waarom appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte werk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 15 maart 2012 wegens geschiktheid voor het maatgevende werk.