ECLI:NL:CRVB:2014:3431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens onvoldoende verantwoording zorg
Appellant had een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend gekregen voor zorg op grond van de AWBZ. Het Zorgkantoor stelde het pgb over een deel van de periode vast op nihil wegens het niet voldoen aan de verantwoordingsplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij onvoldoende inzicht gaf in de besteding van het pgb, mede omdat facturen niet tijdig werden ingediend en er geen declaraties waren betaald voor de door het Leger des Heils geleverde zorg.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel degelijk de zorg wilde verantwoorden en dat het achteraf opstellen van nota’s voor de zorg van zijn bewindvoerder verschoonbaar was. Ook stelde hij dat hij pas na het besluit van augustus 2011 orde kon scheppen en dat hij wachtte op declaraties van het Leger des Heils.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aan zijn verantwoordingsplicht had voldaan. Het niet tijdig indienen van facturen en het ontbreken van betalingen aan het Leger des Heils maakten dat de zorg niet op juiste wijze was verantwoord. Het beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot terugvordering van het pgb wordt bevestigd.