ECLI:NL:CRVB:2014:3445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Ontslag onderwijsassistent wegens onvoldoende beheersing Nederlandse taal
Appellant was werkzaam als onderwijsassistent bij een stichting voor openbaar basisonderwijs. Na een eerdere functie als leerkracht OALT werd hij per 1 augustus 2004 onderwijsassistent. De stichting verleende hem op 27 oktober 2011 ontslag wegens ongeschiktheid, met name vanwege onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit ontslag ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt vast dat appellant geen bezwaar maakte tegen de negatieve beoordeling van zijn functioneren, waarin zijn taalvaardigheid onvoldoende werd bevonden. Deze beoordeling werd ondersteund door een extern deskundigenrapport.
Verder oordeelt de Raad dat appellant voldoende gelegenheid heeft gekregen om zijn taalvaardigheid te verbeteren, waaronder het aanbod van een cursus en het afleggen van toetsen. Appellant weigerde echter deel te nemen aan toetsing, wat hem wordt aangerekend. De grief dat geen volledige gesprekkencyclus is doorlopen, faalt. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het ontslagbesluit bevestigd wegens onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal.