ECLI:NL:CRVB:2014:3593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling vermogen en terugvordering bijstand wegens bezit onroerend goed in buitenland
Appellanten ontvingen sinds 8 april 2009 bijstand op grond van de WWB. Zij hadden bij hun aanvraag geen bezit in het buitenland opgegeven, terwijl appellant sinds 1998 eigenaar is van een woning in Turkije. Het college stelde het vermogen vast op €19.640,- en herzag de bijstand, waarbij €8.730,- werd teruggevorderd wegens overschrijding van de vermogensgrens.
De rechtbank vernietigde de besluiten van het college omdat niet duidelijk was over welke periode de herziening van de bijstand liep. Het college nam een nadere beslissing waarin de periode van intrekking werd vastgesteld van 8 april 2009 tot 26 januari 2012.
De Raad oordeelde dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden door het bezit niet tijdig te melden. Het college mocht uitgaan van de taxatiewaarde van een lokale erkende taxateur, ondanks dat het een zichttaxatie betrof. De door appellanten overgelegde lagere taxatie was onvoldoende onderbouwd. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het nadere besluit ongegrond.
Uitkomst: De Raad bevestigt de vaststelling van het vermogen en verklaart het beroep tegen het nadere besluit ongegrond.