ECLI:NL:CRVB:2014:3616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag werkaanvaardingspremie wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante heeft op 21 februari 2012 een aanvraag ingediend voor een werkaanvaardingspremie bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Deze aanvraag is op 28 februari 2012 afgewezen omdat niet aan de voorwaarden van de Nadere regels Re-integratieverordening Rotterdam 2009 is voldaan. Na bezwaar is dit besluit gehandhaafd.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de premie. De rechtbank verwierp het beroep op de hardheidsclausule van artikel 19 van Pro de verordening, omdat de omstandigheden van appellante niet als bijzonder en onvoorzien konden worden aangemerkt.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij in twee periodes van elk drie maanden aaneengesloten heeft gewerkt, meerdere werkgevers heeft gehad en zich inspant om aan het werk te blijven. Zij stelde dat het college ten onrechte geen belangenafweging heeft gemaakt en verzocht tevens om schadevergoeding.
De Raad concludeert dat er geen aanleiding is de hardheidsclausule toe te passen en onderschrijft de overwegingen van de rechtbank. Het college heeft voldoende rekening gehouden met de belangen van appellante. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag voor de werkaanvaardingspremie wordt afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.