ECLI:NL:CRVB:2014:3619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-wonen op opgegeven adres
Appellant ontving bijstand sinds april 2007 en gaf een uitkeringsadres op waar hij volgens het college niet daadwerkelijk woonde. Uit een onderzoek en huisbezoek bleek dat een ander gezin de woning bewoonde en appellant geen eigen kamer had. Het college trok daarom de bijstand per april 2012 in.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, stellende dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij op het adres verbleef. Appellant stelde in hoger beroep dat hij het gezin slechts hielp en niet elders woonde, en dat de intrekking disproportioneel was.
De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde en dat appellant onvoldoende tegenbewijs had geleverd. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet-wonen op het opgegeven adres wordt bevestigd.