ECLI:NL:CRVB:2014:3632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijn en ontvankelijkheid bij intrekking WIA-uitkering
De zaak betreft een hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaar tegen de intrekking van een WIA-uitkering per 1 augustus 2011. De appellant, het UWV, had het bezwaar van betrokkene aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het bezwaar wel ontvankelijk en vernietigde het besluit.
In hoger beroep betoogde het UWV dat de bezwaartermijn was verstreken omdat het bezwaar pas op 6 juni 2012 was ontvangen, terwijl de termijn volgens hen op 1 augustus 2011 was begonnen. De Centrale Raad oordeelde echter dat het besluit van 28 juli 2011 niet op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt, omdat het naar een postbus was gestuurd en niet naar het juiste adres.
De Raad stelde vast dat betrokkene het besluit pas omstreeks 26 oktober 2011 in bezit kreeg via het formulier 'Wijzigingen doorgeven', dat tevens als bezwaarschrift fungeerde. Dit betekende dat de bezwaartermijn enkele dagen daarvoor was aangevangen en het bezwaar tijdig was ingediend. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de WIA-uitkering is tijdig en ontvankelijk ingediend; het hoger beroep wordt afgewezen.