ECLI:NL:CRVB:2014:3649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken medische beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 27 augustus 2012 in te trekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij betwistte dat hij geen medische beperkingen zou hebben en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat het rapport van de door het UWV ingeschakelde psychiater Kondakçi zwaarder woog dan dat van de behandelend psychiater Jessurun. De aanvullende rapporten van appellant boden geen nieuwe objectieve feiten die het eerdere oordeel konden wijzigen.
De stelling van tunnelvisie bij het UWV werd niet onderbouwd en faalde. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd eveneens afgewezen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens het ontbreken van medische beperkingen.