ECLI:NL:CRVB:2014:3684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking aanvraag bijstand en afwijzing beroep niet tijdig beslissen
Appellant diende op 3 juli 2012 een aanvraag om bijstand in met een beoogde ingangsdatum van 16 mei 2012. Omdat het adres in de aanvraag niet overeenkwam met het adres in de gemeentelijke basisadministratie, voerde de gemeente een onderzoek uit naar de feitelijke verblijfplaats van appellant.
Tijdens een telefoongesprek op 10 augustus 2012 gaf appellant aan dat hij niet meer woonachtig was op het opgegeven uitkeringsadres en trok hij de aanvraag telefonisch in. De gemeente bevestigde deze intrekking schriftelijk aan het bij hen bekende adres. Appellant stelde vervolgens dat de aanvraag niet tijdig was behandeld en startte een beroepsprocedure.
De rechtbank oordeelde dat appellant de aanvraag had ingetrokken en dat er geen termijnoverschrijding was. In hoger beroep voerde appellant aan dat een telefonische intrekking niet rechtsgeldig is, hij de bevestiging niet ontving omdat deze naar een oud adres werd gestuurd, en dat het gespreksverslag onvoldoende bewijs bood. De Raad verwierp deze gronden, stelde dat een telefonische intrekking rechtsgeldig is mits schriftelijk bevestigd, dat appellant zelf had erkend niet meer op het uitkeringsadres te wonen, en dat het gespreksverslag betrouwbaar was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant zijn aanvraag telefonisch heeft ingetrokken en wijst het beroep af wegens geen termijnoverschrijding.