ECLI:NL:CRVB:2014:3736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds september 2010 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een melding dat appellant als tuinman, klusjesman en DJ werkte, voerde de gemeente Rotterdam een onderzoek uit. Dit leidde tot het besluit om de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en de kosten van onterecht ontvangen bijstand terug te vorderen.
Appellant voerde aan dat hij slechts incidenteel hulp bood zonder arbeidsovereenkomst en dat het college onvoldoende rekening hield met zijn financiële draagkracht. De Raad oordeelde dat de werkzaamheden als op geld waardeerbaar moesten worden aangemerkt, ook al was er geen formele arbeidsovereenkomst en ontving appellant voornamelijk beloning in natura.
Omdat appellant zijn werkzaamheden niet had gemeld, schond hij zijn inlichtingenplicht, waardoor het recht op bijstand niet vastgesteld kon worden. Het college was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Appellant toonde geen dringende redenen aan om van terugvordering af te zien. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht.