ECLI:NL:CRVB:2014:3789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische en psychische klachten appellant
Appellant, die sinds 2001 een WAO-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid, werd per 8 mei 2012 herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid (15-25%). De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat de medische rapporten zorgvuldig waren opgesteld en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische beperkingen, waaronder een ernstige depressieve stoornis met psychotische kenmerken, en aanhoudende rugklachten onvoldoende waren meegewogen. Hij overlegde medische stukken van na de datum in geding, waaronder rapporten van een neuroloog en een psychiater.
De Raad oordeelde dat deze latere medische gegevens niet relevant zijn voor de situatie op 8 mei 2012 en dat er geen aanwijzingen zijn dat het UWV de beperkingen op die datum heeft onderschat. De verzekeringsarts had zowel lichamelijke als psychische aspecten onderzocht en passende beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst opgenomen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid per 8 mei 2012 wordt bevestigd.