ECLI:NL:CRVB:2014:3827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- C.H. Bangma
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontslag politiefunctionaris wegens geweldsgebruik en rapportageverzuim
Appellant, werkzaam als politiefunctionaris sinds 2005, gebruikte op 12 september 2011 geweld tegen een geboeide arrestant die onder controle was. Hoewel het geweld onnodig was en letsel had kunnen veroorzaken, was er geen sprake van letsel. Appellant rapporteerde het geweld niet volledig aan zijn leidinggevende en stelde een proces-verbaal op dat het geweld niet vermeldde.
De korpschef legde appellant onvoorwaardelijk ontslag op wegens het geweld, onvoldoende verantwoording en het niet naar waarheid opmaken van het proces-verbaal. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het geweld bedoeld was om de arrestant rustig te houden en dat het ontslag te zwaar was, mede gezien zijn goede staat van dienst en de vrijspraak in strafrechtelijke procedure.
De Raad bekeek de camerabeelden en concludeerde dat het geweld onnodig was maar dat het onvoorwaardelijk ontslag disproportioneel is. Het onvolledig afleggen van verantwoording levert slechts beperkt plichtsverzuim op. De Raad vernietigde het besluit en droeg de korpschef op een nieuw besluit te nemen, waarbij voorwaardelijk ontslag geen onevenredige straf zou zijn.
De korpschef werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak benadrukt de bijzondere eisen aan politiefunctionarissen bij geweldsgebruik en de noodzaak van zorgvuldige interne verantwoording.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wordt vernietigd wegens disproportionaliteit en de korpschef wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.