ECLI:NL:CRVB:2014:3868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-naleving verantwoordingsplicht
Appellant ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding en persoonlijke verzorging op grond van de AWBZ. Het Zorgkantoor trok het pgb in en vorderde het betaalde bedrag terug omdat appellant niet voldeed aan de verplichtingen tot verantwoording, zoals het niet indienen van declaraties, facturen en betaalbewijzen.
Appellant voerde aan dat hij met een medewerker afspraken had gemaakt over een vereenvoudigde verantwoording en dat eerdere verantwoordingen zonder nota’s en betaalbewijzen waren geaccepteerd. De rechtbank oordeelde dat appellant niet had aangetoond hoe het pgb was besteed en dat geen rechtsgeldige toezegging was gedaan om af te wijken van de Regeling.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant niet voldeed aan de verantwoordingsplicht en dat het Zorgkantoor bevoegd was het pgb in te trekken en terug te vorderen. De onjuiste adressering van verantwoordingsformulieren aan appellant was niet aan het Zorgkantoor te wijten en rechtvaardigde geen andere uitkomst. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van het pgb bevestigd.