ECLI:NL:CRVB:2014:3931
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid verzoek herziening wegens termijnoverschrijding afgewezen
Appellante had een verzoek om herziening ingediend dat niet-ontvankelijk werd verklaard omdat zij het griffierecht niet tijdig had betaald. Vervolgens deed zij verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad beoordeelde of het verzet ontvankelijk was, waarbij werd vastgesteld dat het verzetschrift te laat was ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van zes weken.
Appellante gaf aan dat zij door haar hartklachten en de afstand tot het postagentschap het verzetschrift later had kunnen indienen, mede doordat zij niet wist dat het om een stuk van de Raad ging. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen verschoonbare reden vormen voor de termijnoverschrijding. Het is de verantwoordelijkheid van appellante om ervoor te zorgen dat poststukken tijdig worden ontvangen en om zich te informeren over termijnen.
Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. De Raad ging niet in op de inhoudelijke argumenten over de betaling van het griffierecht. Appellante staat vrij een nieuw verzoek om herziening in te dienen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van verzet.